3. Feest

‘Ik ga niet mee.’ ‘Huh!? Vorig jaar vond je het toch heel leuk?’ ‘Ik ga niet mee, wat moet ik daar doen, ik ken niemand van jouw familie. Ik blijf hier.’

Eerst maak ik er nog een grapje van, want ik denk dat het lieve monster ook een grapje maakt. Maar hij blijkt bloedserieus. ‘En je kunt er verdrietig van zijn, boos, je mag het egoïstisch vinden, maar ik ga echt niet mee.’ Ik voel inmiddels heel duidelijk dat er NU een nee wordt bedoeld. Een grote dikke nee. Iets kriebelt er in mijn buik. De zin komt inmiddels om de 5 minuten: ik ga niet mee. Het lieve monster blijft buiten hangen, liggen, springen. Komt niet naar binnen. Komt niet eten. Heel sfeerverhogend aan onze eettafel is dat niet. We kletsen wat, turen ondertussen naar buiten, komt ‘ie er nou aan? Wat doen we? Roepen? Vriendelijk uitnodigen maar eens naar binnen te komen? Laten gaan? Ik vrees oprecht dat het lieve monster de nacht zou kunnen doorbrengen buiten. Zo dwars is hij.

De meneer is iets kalmer, maar helemaal gerust is ook hij er niet op. Hij gaat maar eens een praatje maken buiten, krijgt geen respons en keert onverrichter zake terug. Bijna krijgen wij ruzie. De meneer vraagt mij of er iets gebeurd is vanmiddag, waarom doet hij nou zo? Vanmiddag? Het lieve monster en ik gingen samen naar de film. Iets over familie. Dat die je nooit in de steek laat. Dat, hoe erg het ook is, je altijd weer welkom bent bij je ouders. Terwijl ik het vertel, besef ik natuurlijk waar de schoen wringt. En de meneer ook. Het lieve monster kon hier ver vandaan niet bij zijn ouders opgroeien. Is als klein peutertje in ons leven gekomen. Man, wat een geluk toen hij kwam. Eindeloos was en is mijn geduld, mijn liefde. Kun je eigenlijk teveel liefde geven, teveel je best doen, teveel alles willen begrijpen, teveel aankunnen? Ik neig naar ‘ja, dat kan’. Want, oh, wat wilde ik graag dat het lieve monster het goed had met ons. Nog steeds, hoewel ik ook zie dat ‘goed’ steeds meer kleuren kent en dat pijn en verdriet bij zijn, bij ons leven horen. En aan ons om dat een beetje in banen te leiden. Met hulp hier en daar.

De meneer mijmert verder: ‘en dan moet hij na deze film zin hebben en mee gaan naar een familiefeest? Tja.’ Ik kan me inmiddels iets voorstellen van het conflict binnen in hem. Familie. Een gevoelig en belangrijk onderwerp, er is een pijnpunt geraakt. Auw. En in de verte voorzichtig een mogelijkheid om te zien wat een vertrouwen hij ons geeft in zijn duidelijke NEE en zijn eigen beslissing. Durven wij die mogelijkheid te pakken? Ik vind het niet eenvoudig… Alledrie zijn we op onze eigen manier een tikje ontregeld nu.

Het is bijna donker. Het lieve monster komt eindelijk binnen. Een donderwolk. Zegt niets. Kijkt ons niet aan. En ik zie ineens hoe groot hij is geworden. Hoe sterk. De meneer en ik leerden van een wijze man over ‘passend geven en ontvangen en dubbele loyaliteit’ en hoe zat dat ook al weer? Heel helder komt bovendrijven dat de lieve-monsterfase een periode van pijnlijke vragen kan zijn. Voor elk lief monster, maar voor dit liefste monster nog iets meer. Nog heviger ‘wie ben ik en mag ik er zijn en mag ik mijn eigen keuzes maken’. Zoals dat een paar jaar geleden ook al eens speelde. Dat het in deze fase zo belangrijk is om te zien en te erkennen dat hij die keuzes durft te maken, afstand van ons durft te nemen. Dat wij blijven. Hoe spannend ook. En kijk hem nou: hij durft het! Met veel bombarie. Herrie. Shocking voor ons, brave monsters die wij ooit waren….

‘Tosti?’ Vraagt de meneer. ‘Hm.’ ‘Dat dacht ik al, kijk eens.’ Met zijn rug naar ons toe, in de  ultra-mega-relaxstoel, 3 meter van de tafel waar wij zitten, verorbert het lieve monster zijn tosti. Dan verdwijnt hij naar boven. Ik lees een verhaal voor. Hij is heel stil. Zachtjes doe ik zijn deur dicht, ‘slaap lekker lief monster.’ ‘Mama.’ ‘Ja.’ ‘Ik ga niet mee hoor.’ ‘Ik heb je gehoord. Echt. En slaap nog steeds lekker.’

Plaats een reactie