4. Gevoel

De laatste toets is gemaakt. Het lieve monster is een vrij man. De vlag uit! Want het was een zware week mensen… De hitte (4 uur per dag zwemmen, hier om de hoek) en dan nog leren (maximaal een half uur per dag, met youtubers, muziek en appstroom erbij) en ‘weet je wel hoe warm het is in school’ (1 uurtje per dag en dan gauw naar huis). Maar ik onderschat de schoolstress zeker niet, het moest allemaal nog wel even gebeuren en school valt niet in de categorie ‘hobby’s’. Zo stond er voor de laatste dag een grote toets topografie op het programma. Een pittige kluif. Iets te laat aan begonnen, leek mij. Het lieve monster vond van niet. Na een 1e korte poging wat plaatsen en rivieren te benoemen, moest er echt een potje gevoetbald worden. Dus naar buiten, met een kluwen zwetende bevriende monsters. Ik gaf mezelf net tevreden een schouderklopje vanwege het feit dat er nog niet zoveel topografische kennis in het lieve monster zat, maar dat ik het redelijk rustig kon laten bij hoe het was, toen ik een knal en gerinkel heeeeel dichtbij hoorde. De keukenruit aan diggelen. Een geschrokken lief monstertje in de gang. Even heel klein. En ik? Ik knal er uiterst onvriendelijk uit ‘dat dit een keer moest gebeuren natuurlijk’. Nog meer schrik. En boosheid. Ai. Zo zijn we redelijk ver van huis. Ik weet hoe fijnbesnaard het lieve monster is. En dat hij zich kapot is geschrokken van die bal door de ruit. Ik net zo hard. Allebei een akelig gevoel dus. Maar geen sjoege bij het lieve monster. iPad, telefoon en oordoppen aan zijn lijf geplakt en een Berlijnse muur van zwijgen opgetrokken. Ik spreek mijn schrik tegen hem uit en vertaal zijn mogelijke schrik. Geen reactie. Ook zeg ik dat het wel goed komt met de ruit. Dat ik zie dat hij het niet express deed. Hoogstens een tikje onhandig… Een minimaal knikje van achter de iPad. En dan weer boos. ‘Nu kan ik niet meer leren. Door jou. Ik weet helemaal niks meer, het lukt toch niet. En ik ga niet meer naar school. Ik ben ziek morgen.’

Het lieve monster sluit zich op in het washok, ligt bovenop een berg met was. Bekende plek inmiddels. Een soort nestje lijkt het. Het wordt bedtijd. Voor mij in ieder geval en voor hem ook al een poosje, maar hij blijft liggen waar hij ligt. Brommend en snuivend en dan weer stil. Ik besluit hem te laten liggen en zeg op de drempel dat ik het een prima plan vind eigenlijk, als hij morgen niet gaat. Hij kan zelf echt aanvoelen wat het beste werkt en dat ik zie dat leren nu in ieder geval niet gaat. Ik ga naar bed en hoor wat gestommel. Het lieve monster kruipt ook zijn bed in. Vraagt nog snel even of ik hem op tijd wakker wil maken: ‘dan kan ik nog leren, want ik wil morgen toch denk ik’. En dan ‘mama, ik weet het gewoon niet’. Ik blijf uit de buurt van een antwoord maar zeg alleen dat ik hem vroeg wakker maak en dat hij dan wel voelt hoe hij het gaat doen. En het is echt allebei goed: gaan of uitstellen. Inhalen van de toets is immers ook een mogelijkheid. Als hij thuisblijft is dat ook best handig vertel ik hem: de hond moet uit en de glaszetter kan dan een kopje koffie krijgen, want de meneer en ik zijn aan het werk.

Als het lieve monster de volgende morgen ontwaakt, weet hij het nog steeds niet, maar ineens zit het beneden, kleren aan, atlas erbij en we knallen er in recordtijd 74 topografische items in. ‘Mam, nog even nummer 30 tot en met 40.’ En nog een keer. Daarna via het Amsterdam-Rijnkanaal naar Maastricht en weer terug (en ik moet vooral niet juichen als hij bijna alle plaatsen weet: ‘mam, doe normaal, ik stop ermee hoor’) en dan moet ik naar mijn werk. ‘Jij gaat ook altijd weg als er iets belangrijks is’.

En ik denk dat ‘ie wel weet wat ‘ie moet doen, dat lieve monster. Hij gaat naar school, is straks lekker vrij en heeft geen herkansing in zijn vrije tijd. Met een beetje mazzel is de hond ook uit geweest. Als ik bijna in de auto zit hoor ik nog net wat geroep vanuit het huis: ‘Ik laat de hond niet uit en de glaszetter krijgt geen koffie, want ik moet toch naar school joh’.

Het lieve monster haalt z’n hoogste cijfer ooit: een 9,4 voor topografie. Die vindt altijd wel een weg naar thuis. Voel ik even.

Plaats een reactie