‘Mam, ik wil graag dat bier proeven, dat mag ik, want er zit geen alcohol in.’ ‘Nou, dat wil ik niet. Bier is geen optie de komende jaren.’ ‘Dat weet ik wel, maar hier zit geen alcohol in, dus dan mag ik het.’ ‘En toch wil ik het niet.’ ‘Ook stom.’
We hebben dit gesprek al een paar keer gevoerd. Ik ben er niet van, dat proeven van drank waar eigenlijk alcohol in hoort te zitten. Maar ik zie wel de enorme aantrekkingskracht ervan. Hier thuis wordt niet gruwelijk veel gedronken, maar als de flessen op tafel staan, pakt het lieve monster altijd bij wijze van grap een glas en doet net of ‘ie eruit drinkt. Ik roep dan heel hard ‘nee’, hij roept ‘ja’ en vervolgens gebeurt er niks. Ik weet niet zo goed of de aantrekkingskracht nou de alcohol of mijn ‘nee’ is. Juist mijn stellige ‘nee’ zou volgens de meneer hier in huis wel eens tot de zeer duidelijke ‘ja’ van het lieve monster kunnen leiden. In mijn acuut opkomende paniek ben ik ervan overtuigd dat het de aantrekkelijkheid van de alcohol is en dat vind ik een verontrustend spook in mijn leven en dat van mijn lieve monster. Ik zie hem al liggen, out in een berm ergens. Of stiekem op zijn kamer aan de drank. Juist omdat ik er zo spastisch over deed altijd. Of ik voorzie een telefoontje van school ‘mevrouw, uw zoon….. Help. We hadden toch tot vorige week altijd aanmaaklimonade en met een feestje prik op het menu? Ineens voorbij.
Zijn wereld wordt in sneltreinvaart groter en groter. Via tientallen vlogs, schoolvriendjes, idiote challenges, real-life tv. Inspirerend hoor…. Ik zie heus wel het nut van een zelfstandig lief monster dat eigen keuzes maakt, zelf een treinreis uitzoekt en in z’n eentje gaat. Ik verbaas me aangenaam over de vaart en de handigheid waarmee hij een plan smeedt, op tijd op het station is, de juiste spullen in z’n rugzak doet, overstapt. Hij koopt zonder mij zijn schoenen, laat zelf zijn telefoon repareren. Maar moet dat zo snel gaan? Een paar weken geleden was het echt nog anders hoor. Toch? En tegelijk met die grote ‘ik doe het zelf wel’ acties, blijkt een werkboek op de juiste pagina openslaan en een schema erbij zoeken in het bijbehorende leerboek een totaal onmogelijke opgave. Hoe zit dat toch in die lieve-monster-hersenen?
Even terug naar de drank. De meneer en ik hadden een feestje buitenshuis. Het lieve monster bleef lekker in z’n eentje op de hoeve. Konden wij ons prima voorstellen. Vooral de meneer begreep dit volledig: zo dol is hij namelijk ook niet op een feestje. Op weg naar het feest bedacht de meneer plotsklaps dat hij zijn cadeau vergeten was. Snel terug naar huis, door de keuken, naar het cadeautje en daar botst hij tegen het kleine monster op. Dat staat ineens niet meer nonchalant maar geschrokken met een trillip EN met een biertje in de hand in de keuken betrapt te wezen. EEN BIERTJE? Ja. De meneer wist van ellende ter plekke even niets te zeggen hoor ik als hij, inmiddels weer terug op het feestje, vertelt wat hij aantrof. Wel een alcoholvrije. Maar toch…. De meneer had daar in onze keuken iets onduidelijks gestameld en is toen vertrokken, het lieve monster in verwarring achterlatend. En hier staan wij nu, samen: op het feestje. Is het erg? Is het een experiment? Lekker laten gaan? Praatgroep op touw zetten? Ergens voel ik ook een lachbui opkomen. Snap ik niet zo goed, maar ik zie die twee mannen ineens voor me. Ik deel het verhaal met een vriendin. Ondertussen appt de meneer naar het lieve monster en vertelt hem over zijn kramp met alcohol. En bekent dat hij er graag bij had willen zijn: die eerste slok van zo’n stom 0,0% biertje. Ik vind het een eerlijke app.
De vriendin vraagt me of ik wel eens oppaste vroeger. Jawel, antwoord ik. Keek je dan nooit in de kastjes daar? Uh, ja, stiekem wel…. Nou, zoiets is dit ook. Punt. En ze gaat vrolijk verder met het gesprek waar ik haar in allerijl uithaalde vanwege ons ‘drankprobleem’. Oh ja, grapt ze nog tussen neus en lippen: ‘ik paste vroeger ook vaak op en toen vond ik een keer een pijp. Heb ik ter plekke gestopt en half opgerookt. Vies man!’ Op de valreep doet ze nog een duit in het rampenzakje: ‘In z’n eentje thuis? Een biertje? Alcoholvrij? Goeie keus!’ En dat vind ik ineens zo’n fijne opmerking. Meteen ga ik met de meneer hierover in conclaaf en die appt precies dit zinnetje door aan het lieve monster. Nog geen 2 minuten later lezen we met rooie konen het antwoord van ons lieve monster. Hoi pap, ik snap het wel hoor. Ik pas echt op. ‘Hik’.
We doen een dansje, de meneer en ik. Een gek dansje. Niet eens dronken. Gewoon, omdat ik voor dit moment geloof dat het monster niet nieuwsgierig was naar alcohol, maar juist zonder het enge van alcohol eens even een biertje wilde proeven. In z’n eentje. Spannend jongen….